| Liturgie werkgroep Januari 2012 |
| De sfeer van het kerkgebouw is zeker niet onbelangrijk, al zijn er die zeggen dat er ‘toch overal gepreekt kan worden’. Dat kan zo zijn. Geen plek is ‘uitgesloten’ van de werking van het Woord van God door de Heilige Geest. Raar wordt het als we deze overtuiging omkeren en tot dogma verheffen. Dat de plaats waar een gemeenschap viert ‘er niet toe doet’. Aandacht, ruimte en ‘opening’ voor het Woord heeft baat bij de sfeer van de plaats van de viering. En dat in meer dan enkel ‘esthetische’ zin! Maar nog los van deze inhoudelijke overwegingen wat betreft de plaats van de viering geldt: er kan in ieder geval niét overal worden gezongen. Slechte akoestiek is niet goed voor de samenzang en daarom ook niet voor de gemeenschapszin. Wij kunnen dan onmogelijk meer op het juiste ogenblik de stemvoering van onze buurman of buurvrouw overnemen. Efeziërs 5 : 19-21 vermeldt: ’ …… elkaar toesprekend met psalmen, hymnen en geestelijke gezangen …… u aan elkander onderschikkend …’ (Naardense Bijbel). Dit geldt voor de gemeente als ook voor een koor.
(1) beeldbeschrijving, leer van de betekenis der voorstellingen van personen en voorwerpen op prenten, schilderijen enz. Het orgel dient om een breed repertoire van muziekklanken te brengen als een onmisbare bijdrage van de eredienst. Dat geldt ook voor andere muziekinstrumenten die gebruikt kunnen worden. Het is gewenst dat de organist direct oog- en oorcontact heeft met de voorganger of de koor dirigent. De plaats van het orgel, bij voorkeur een pijporgel, moet zodanig zijn dat de klankuitstraling naar de gemeente het beste tot zijn recht komt; echter niet op of direct naast het liturgisch centrum. Zo voegen orgel en koor zich in de gemeente. Of het nu een historisch en monumentaal kerkgebouw betreft of een nieuw multifunctionele kerkruimte, een goed functionerende liturgische ruimte creëren is een kunst. Liturgisch vormgeven betekent dat er ontworpen wordt vanuit de liturgie en het effect daarvan op de kerkgangers. Toch moeten we bewust blijven van onze grenzen. We kunnen niet alles vatten, laat staan onder woorden brengen, van wat ons beinvloedt.
Uit straten ronkend en rumoerig Uit woordenvloed ben ik gekomen, Hier klinkt de taal niet angstaanjagend Het veilig masker mag doormidden, Ik voel me als herdacht, herboren –
|